Mestonderzoek wormen/coccidiën

Mestonderzoek wormen/coccidiën

€9.95

Mestonderzoek wormen/coccidiën: kwantitatieve fecale flotatie met McMaster-telling (EPG/OPG; detectielimiet ~50 EPG/OPG) voor detectie en telling van nematode-eieren en Eimeria-oöcysten bij schapen; optioneel sedimentatie of coprocultuur voor larve-/geslachtbepaling en eventueel apart leverbotonderzoek. Levering: vers mestmonster (min. ~10–20 g, pooling van 5–10 dieren aanbevolen), gekoeld (4–8 °C) binnen 48 uur. Uitslag: numerieke EPG/OPG met interpretatie voor behandel- en managementbeslissingen; beperkingen: detectielimiet en noodzaak van coprocultuur voor exacte soortidentificatie.

SKU:PR-000321
Aantal:
1

Mestonderzoek wormen/coccidiën — wat het is en wanneer u het gebruikt

Wat wordt onderzocht

  • Aantal nematode-eieren (wormeieren) en Eimeria-oöcysten in mest, uitgedrukt als EPG (eieren per gram) en OPG (oöcysten per gram).
  • Indien nodig aanvullende onderzoeken: sedimentatie of coprocultuur om larven (L3) te kweken en tot geslacht/geslachtsgroep te bepalen.
  • Eventueel apart onderzoek op leverbot met de botvanger.

Hoe het wordt gedaan

  • Standaardmethode: fecale flotatie met McMaster-telling (FECPAKg2), detectielimiet ongeveer 50 EPG/OPG per gram (afhankelijk van verdunning).
  • Resultaat: numerieke EPG- en OPG-waarden met een interpretatie die helpt bij behandel- en managementbeslissingen.
  • Coprocultuur kan aanvullende soortinformatie geven; zonder culturen zijn sommige nematodensoorten niet te onderscheiden.

Monstervoorwaarden en verzending

  • Vers mestmonster, minimaal ~10–20 g; voor inzending kan ook de hoeveelheid van een half kippenei per dier worden vermengd.
  • Koel transport (4–8 °C), binnen 48 uur na monstername. In de koelkast kan het tot een week (lucht- en lekdicht verpakt), maar vers is betrouwbaarder.
  • Vermijd uitdroging en contaminatie met stro.
  • Voor representativiteit: neem mest van meerdere dieren (5–10) en kneed tot een homogeen mengsel; seriële monsters of pooling wordt aanbevolen om variatie binnen de groep te verminderen.

Wanneer te gebruiken (toepassing bij schapen)

  • Monitoring van infectiedruk in de koppel; beoordelen of ontworming nodig is.
  • Controle op coccidiose-risico bij lammeren en drachtige ooien.
  • Toetsing van effectiviteit van behandeling: Wormei Reductie Test (WRT) = monster vóór behandeling en monster 10–14 dagen na behandeling (bij leverbot 21 dagen na behandeling).
  • Routinematig: lammeren vanaf spenen en daarna maandelijks of vaker in warme, vochtige maanden; volwassen schapen bij klachten of periodiek (bv. leverbotonderzoek in december/januari).

Beperkingen en aandachtspunten

  • De detectielimiet betekent dat lage waarden onder die grens kunnen blijven; ook lage EPG/OPG kunnen subklinische effecten geven.
  • Eén monster kan een vertekend beeld geven; herhaling of pooling geeft betere inschatting van de koppel.
  • Exacte soortidentificatie van sommige nematoden is niet altijd mogelijk zonder coprocultuur.
  • Resultaten geven een richtlijn voor behandeling/management, combineren met klinisch beeld, weidingsdruk en seizoen.

Praktisch voorbeeld — schapen

  • U heeft een groep lammeren van vijf weken, sommige hebben wat gewichtsverlies en diarree. U verzamelt verse mest van 5–10 lammeren (ieder een kleine hoeveelheid), kneedt tot één homogeen monster, houdt het koel en stuurt het binnen 48 uur op. De uitslag toont 800 EPG en 25 000 OPG. Dat duidt op een hoge wormdruk en tegelijkertijd een hoog coccidierisico bij lammeren. Met die cijfers beslist u samen met uw dierenarts of ontworming en/of coccidiobehandeling nodig is, of dat managementmaatregelen (aanpassing beweiding, schone ligplaatsen) voldoende zijn. Als u net hebt behandeld neemt u na de voorgeschreven periode opnieuw monsters voor een WRT om effectiviteit te controleren.

Kosten en uitslag

  • Basistarief en tarieven per ingestuurd monster worden bij verzending meegedeeld; u ontvangt de uitslag per e-mail of telefoon.
Mestonderzoek wormen/coccidiën | Medusa Store | Schapendokter.nl